Biografie Renée

1976

Anja Exterkate voegt zich bij de band Toby Collar. Ze volgt op dat moment een studie Engels en Nederlands, woont op kamers en moet van een beurs rondkomen. Het zingen leek haar een enorm leuke manier om geld bij te verdienen. Het zou allemaal heel anders gaan lopen dan ze had verwacht.

1977

René Nodelijk besluit de naam van de groep te veranderen in Renée and the Alligators en weer voornamelijk rock-‘n-rollstukken uit de jaren zestig op het repertoire te zetten. Uiteraard nu met meer zangnummers dan instrumentals. De tweede ‘e’ op het eind van de naam Renée moest aangeven dat het gezicht van de band nu door een zangeres werd bepaald. Achteraf heeft dit allemaal voor een hoop verwarring gezorgd, want wie was nu eigenlijk Renée? Het is van meet af aan de bedoeling geweest dat dit de artiestennaam van Anja zou zijn.

1978

In 1978 wordt op verzoek van platenmaatschappij CNR de naam van de groep ingekort tot simpelweg Renée. Ook wordt Frits Hirschland, manager van Kayak en later ook van Earth And Fire, door de platenmaatschappij aangetrokken als manager van de groep.

1979

De rock-‘n-rollklassieker ‘A whole lotta shakin’ goin’ on’ wordt als tweede nummer van het album ‘Renée’ op single uitgebracht. De single werd gepresenteerd op de Midem in Cannes, en werd daar enthousiast ontvangen. In Nederland waren de DJ’s er niet voor te porren om het nummer te draaien. Desondanks heeft de single toch nog 3 weken in de Top 40 gestaan. In Duitsland is de single zowel op tv als radio flink onder de aandacht gebracht en er zijn daar meer dan 50.000 exemplaren van verkocht. Frits Hirschland, ook manager van Earth and Fire, bracht Bert Ruiter, Renée; Nodelijk en Renée met elkaar in contact. De muzikale ideeën van Bert Ruiter spraken Renée en Renée heel erg aan en al snel werd besloten dat hij vanaf dit moment de nummers van Renée zou gaan produceren. Het eerste nummer dat hij van haar produceerde was de single ‘If You Wanna Be a Rock and Roller’.

1980

Twee albums worden in dit jaar uitgebracht: ‘Ready to rock & roll’, een heruitgave van het eerste album Renée uit 1978, en ‘Reaching for the sky’. Met deze LP maakte de groep de ommezwaai van rock and roll naar popmuziek. De groep Renée werd vanaf dat moment als volwaardige popgroep beschouwd. ‘If you wanna be a rock & roller’, ‘Jimmy’, ‘Come closer’ en ‘Sad man’ verschijnen in dit jaar op single. De single ‘If you wanna be a rock & roller’ werd beter in het buitenland ontvangen dan in eigen land. Er zijn bootlegversies uitgebracht in Indonesië, Midden-Amerika en Zuid-Amerika, die het naar verluid heel goed gedaan hebben, maar omdat het hier om illegale kopieën gaat is niet te achterhalen hoeveel exemplaren van dit nummer verkocht zijn. Dat deze single in Duitsland goed is ontvangen, blijkt uit het feit dat er zelfs een 12 inch versie van uitgebracht is. De Nederlandse DJ’s vonden dit nummer, naar eigen zeggen, te commercieel en wilden het nummer niet draaien. ‘Jimmy’ was het eerste nummer dat van de LP ‘Reaching for the sky’ werd uitgebracht. De single is goed ontvangen en de commentaren van de DJ’s waren zeer lovend. Het nummer heeft zes weken in de Tipparade gestaan, maar is helaas niet doorgedrongen tot de Top 40. De opvolger van deze single, ‘Come closer’, heeft op nr. 3 van de playlist van ‘Hilversum 3’ gestaan en is door Frits Spits tot ‘Steunplaat’ gebombardeerd. De tekst is een sarcastisch commentaar op het gedrag van toentertijd bekende popartiesten die met name het heroïnegebruik bewust of onbewust aanprezen. Het nummer was te zien bij Toppop, Nederland Muziekland en de Tros Top 50 zonder dat iemand zich ooit heeft afgevraagd waar het nummer eigenlijk over ging. Come Closer heeft in de Nationale Hitparade de 23e en in de Benelux Top 50 de 19e plaats bereikt. Er zijn in Nederland 45.000 exemplaren over de toonbank gegaan, maar tot veler verbazing en niet in de laatste plaats van de platenmaatschappij is de single niet in de Top 40 gekomen, hij is op nr. 2 van de tipparade blijven hangen. ‘Sad man’, de derde single van ‘Reaching for the sky’, is helaas maar drie weken gepromoot en is dankzij het project ‘Stars on 45’ (waar veel geld in was gestoken door de platenmaatschappij) losgelaten. Men had gehoopt dat Hilversum 3, ook zonder promotie, de single wel zou blijven draaien, omdat het nummer razend enthousiast door de DJ’s was ontvangen. Helaas bleek dit een verkeerde gok. Al met al zijn er toch ruim 10.000 exemplaren van verkocht. De Duitse zangeres Elke Best nam in 1981 een cover op van dit nummer, onder de titel ‘Ein kind’.

1981

Het nummer ‘Stranded lady’ wordt op single uitgebracht. Deze vierde single afkomstig van de LP ‘Reaching for the sky’ is niet echt door radioland opgepakt. Het doel was echter bereikt: de platenmaatschappij had met winst gedraaid en de naam Renée was gevestigd. In het voorjaar van 1981 geeft de band een televisieoptreden in de DDR in Oost-Berlijn. Dit is een ervaring die diepe indruk bij Renée heeft achtergelaten. De sfeer was benauwend. Praktisch vierentwintig uur per dag was er een tolk aanwezig, terwijl dat volkomen onzinnig was, omdat alle bandleden zich prima in het Duits konden redden. De mensen waar je mee in contact kwam, vermeden angstvallig elke vraag die maar iets met de politiek van de DDR te maken had. De angst en het wantrouwen onder de mensen was duidelijk voelbaar.

1982

Vlak voor de release van de single ‘High time he went’ gaat de band uit elkaar. Renée had na zoveel jaar van wisselingen en opnieuw muzikanten inwerken even helemaal genoeg van het bandbestaan en noodgedwongen moet Anja met een bandje het land in. Zij gaat als ‘Renée’ solo verder en de single ‘High time he went’ wordt een grote hit in binnen- en buitenland. In de hoop dat Renée zich nog zou bedenken, nam ze wel een stand-in band mee voor de tv-optredens. Helaas bleek hij niet te vermurwen, omdat hij zich geheel wilde gaan concentreren op het componeren van nieuwe stukken. De hoogst bereikte positie van ‘High time he went’ in het buitenland was nummer 2 in de hitlijsten van Noorwegen: ‘Ebony & Ivory’ van Stevie Wonder en Paul McCartney stond op 1. In Nederland bereikte de single de 8e plaats in de Top 40 en hield vier weken stand in de top 10. In de Nederlandse Hitparade kwam hij als hoogst genoteerde nieuwkomer op 14 binnen. Avro’s Toppop had ternauwernood de tv-opnames gemaakt. Op het moment dat de single de hitparade binnenstormde konden ze op tv alleen een blanco beeld met daarin de titel tonen. In 1982 verschijnt tevens het album ‘The future none can see’. Deze LP werd in heel Europa uitgebracht en werd uitgeroepen tot LP van de week door de Veronica Top 40. De kritieken waren bijzonder lovend en de LP heeft wekenlang in de Top 40 van bestverkochte LP’s gestaan. In Nederland zijn er 40.000 exemplaren verkocht. Naast ‘High time he went’ werden nog twee andere nummers van dit album op single uitgebracht: ‘You’re a liar’ en ‘Seventeen’. Rond de single ‘You’re a liar’ ontstond nogal wat commotie, omdat een deel van de DJ’s dit een volkomen verkeerde singlekeuze vond. Nederland Muziekland was enthousiast over het nummer en Renée kreeg de kans om de single in dit programma te promoten. Het nummer werd slechts door enkele DJ’s opgepakt en was daardoor een kort leven beschoren. De opvolger, ‘Seventeen’, was een favoriet van Frits Spits. Hij draaide dit nummer al veelvuldig op het moment dat ‘You’re a liar’ als single was uitgekomen en liet duidelijk blijken dat hij dit nummer zijn voorkeur had. Helaas is deze single, ondanks de lovende kritieken, tussen wal en schip geraakt.

1983

Het album ‘Sometimes you cry’ verschijnt. Deze LP is een samenstelling van vier nummers van de LP ‘Reaching for the sky’, vier nummers van de LP ‘The future none can see’ en vier nieuwe stukken. De singles ‘Sometimes you cry’ (door de AVRO als favoriet getipt) en ‘Give me a break’ hebben het niet gered. De platenbusiness was toen al in rep en roer door de opkomst van de cassettebandjes. Veel platenmaatschappijen zagen hun omzet dramatisch dalen en dit had zo zijn gevolgen voor de Nederlandse artiesten. Net als nu werd toen bij veel artiesten het platencontract niet verlengd.

1984

In dit jaar verschijnt de nieuwe single ‘Take some pills’: in tegenstelling tot alle vorige Renée-singles en albums niet uitgebracht door CNR maar door de platenmaatschappij Sky Telstar. Het nummer is ondanks veel mooie beloften een low budget productie geworden en heeft eigenlijk geen echte kans gekregen.

1985-heden

In 1985 wordt op het initiatief van Cor van der Beek (drummer Shocking Blue) en Fred Severing (bassist Daddy’s Act) Renée and the Alligators heropgericht. Zij wisten met hun enthousiasme Renée Nodelijk over te halen om weer een band te formeren. Tot op heden speelt de band met grote regelmaat door heel Nederland en verbazen zij jong en oud met hun spetterende optredens.

2005

In 2005 verschijnt na een lange stilte rond de band Renée de ijzersterke single ‘Copper coloured skies’. In wezen zijn de band Renée en de groep Renée and the Alligators natuurlijk hetzelfde: het verschil zit in het repertoire. Renée brengt popmuziek en Renée and the Alligators brengen voor het grootste deel rockmuziek ten gehore.

Biografie René(e) and the Alligators

1958-1959

In 1958 richtte René Nodelijk een van de eerste rock ’n roll groepen van Nederland op met als naam Rockin’ Sensation Boys. Hij wordt in datzelfde jaar derde bij de nationale Elvis Presley verkiezing. René maakt deel uit van deze groep tot september 1959, als door een meningsverschil hij en de bandleden uiteengaan. De bandleden claimden de naam Rockin’ Sensation Boys en René besloot noodgedwongen de band The Alligators op te richten: een naam die zijn oorsprong vindt in de bekende hit ‘See you later Alligator’ van Bill Haley and his Comets. The Alligators bestaan uit René Nodelijk als zanger/gitarist, Hans Emmerik als gitarist, Ton Schattelijn als pianist en klarinetist (alledrie afkomstig van het Koninklijk Conservatorium) en als drummer Richard van der Kraats. Twee weken na de oprichting winnen ze met hun debuutoptreden al meteen een nationale talentenjacht in Vlaardingen. Tijdens hun tweede optreden gaan The Alligators, op initiatief van de organisator, al als René and his Alligators opereren.

1960

Begin 1960 worden Hans Emmerik en Ton Schattelijn vervangen door slaggitarist Ton van de Graaf en bassist Pim Veeren. In de zomer maakt René onder de naam René and his Alligators de eerste plaatopnamen voor CNR. De muziek is ingespeeld door René op gitaar en een groep studiomuzikanten, Rotterdam opgenomen met als doel een galmeffect op de zang te krijgen. Dit alles resulteerde in de eerste single met als titels So mad en Knocking on your window.

1961

Na een tour in Duitsland in de wintermaanden van 1960/1961 keren René and his Alligators terug naar Nederland, waarna opnieuw een formatiewijziging volgt: bassist Pim Veeren wordt vervangen door Ruud Schoonewelle. Vervolgens beginnen de mannen zich te richten op instrumentale muziek à la The Ventures. Deze succesvolle stroming valt in de smaak bij een groot publiek en ze worden een graag geziene gast in de Haagse scene. Het is Eddy W. van Hemert die hen aanspoort een demo op te nemen en via zijn contacten komt platenmaatschappij Phonogram in aanraking met de enthousiaste rockers uit Den Haag. Van Hemert zal hen als manager begeleiden tijdens het opnemen van hun eerste plaatje in Hilversum. Vier nummers worden in één opnamemiddag opgenomen: Alligator’s Dance, Theme From Limelight, Gipsy Rock en My Happiness. Alligator’s Dance is een compositie en arrangement van René. Theme From Limelight (een compositie van Charlie Chaplin) Gipsy Rock (een traditional) en My Happiness (een hit van Connie Francis) zijn gearrangeerd door René. De twee singles en de EP worden snel na elkaar in het najaar van 1961 uitgebracht en worden positief ontvangen door publiek en muziekpers.

1962

Langzaam begint het rockerskwartet het landelijke publiek te veroveren. Na een optreden, tijdens een door het tienerblad Teenagercall georganiseerde muzikale show in mei 1962, duiken ze weer de studio in om hun derde en vierde single op te nemen. Heisser Sand, een grote hit in Duitsland, wordt door René omgezet naar een instrumentale versie. Op de B-kant vinden we het nummer Granada. Hun vierde single zou hun meest succesvolle worden. De toppers Guitar Boogie en In the Mood, de overbekende hit van Glenn Miller staan garant voor hoge verkoopcijfers. In september ontstaat een samenwerking met The Telstars, het duo bestaande uit Wim Goossen en Piet Oomen. Drummer Richard van der Kraats wordt voor deze gelegenheid vervangen door Wim Zech, een basgitaarpupil van René. Jammer genoeg voor Richard vallen Wims drumkwaliteiten zo in de smaak bij de bandleden dat Wim een vaste plek krijgt aangeboden bij de band. Samen met The Telstars worden Sealed With a Kiss en True Love opgenomen. Het einde van 1962 sluiten René and his Alligators af (op verzoek van de platenmaatschappij) met het opnemen van een cover van het nummer Telstar, de wereldhit van The Tornados, met als B-kant Rinky Dink, eveneens een cover. Beide nummers verschijnen op een Franse EP.

1963

Dit jaar kenmerkt zich door optredens bij de rolschaatsenbaan Zuiderpark, Circustheater in Scheveningen, Yvonne Bar, Monroe bar en de vaste maandagavond in Piccadilly (het huidige Tweede-Kamergebouw). Tijdens enkele studiosessies wordt het repertoire verder uitgebreid met twee nieuwe nummers, te weten Two Guitars, dat de muzikale creativiteit van de heren toont door een klassiek intro op te laten volgen door rockende gitaarvirtuositeit en La Comparsa, dat een paar jaar later terug te horen is in een versie van ZZ en de Maskers. Ook worden Dansevise en Bonanza opgenomen. Deze laatste is de cover van een bekende televisieserie die in Nederland in die tijd op tv verschijnt. In het nummer Sweet Georgia Brown laat de band zien dat zij met drummer Wim Zech geen verkeerde keuze hebben gemaakt, want zijn drumsolo mag er zijn. Het nummer Black Swan is een prachtige bewerking van het stuk van Tchaikowsky uit het Zwanenmeer. Nog voor het eind van het jaar stapt Ruud Schoonewelle noodgedwongen uit de band, omdat hij in dienst moest. Hij wordt vervangen door Peter la Haye. In deze opstelling neemt de band nog een aantal nummers op waaronder Wham, Bust Out, Counter Point en Let’s Do the Slop.

1964

1964 is een nogal turbulent jaar voor de groep met veel wisselingen. Het jaar begint met The Alligator’s medewerking aan het album ‘5 seconden van Woef’, waarvoor zij het nummer The Alligator Beat opnemen. Ook zorgen zij voor de begeleiding bij het lied ‘De kleinste’ (In ’t groene dal, ’t kleine dal) van de Fouryo’s. Peter la Hay maakt plaats voor André Serban en Ton de Graaf voor Hans Vermeulen, die inmiddels vier jaar les bij René heeft. Aan het eind van dat jaar neemt Ed Bekking de plaats in van Hans Vermeulen en komt Ruud Schoonewelle weer terug als basgitarist. Wim Zech geeft de stokjes door aan Louis Blonk.

1965-1967

In 1965 is het tijd voor een andere aanpak. René besluit zijn composities ook zelf te gaan zingen. De in dit jaar uitgebrachte nederbeatnummers She Broke My Heart en I Can Wait worden zelfs in Engeland uitgebracht, maar helaas zijn de verkoopcijfers nogal teleurstellend. Twee andere nummers die in deze fase worden opgenomen, Quite a Lot of Things Can Happen en Laughin’ In the Rain, blijven op de plank liggen. Het zou tot 1999 duren voordat ze op een album verschijnen. Begin ’67 brengen ze nog één single uit, maar nu onder de naam The Alligators. De nummers I Feel Like Crying en I’m On the Run, door René geschreven, maken duidelijk dat hij voor alles een muzikant is in hart en ziel, die het nieuwe niet schuwt.

1968-heden

Vanaf dit moment tot op heden hebben er nog vele wisselingen plaatsgevonden. Frank Bianchi (zang en keyboard) voegde zich in 1967 bij de band waarvan de naam werd veranderd in Toby Collar (de Engelse benaming voor de schuimkraag op een biertje, ook is heel even de naam Dimples overwogen). De eerste single onder de naam Toby Collar verschijnt aan het einde van 1968 op Polydor: Tallahassee Lassie/Two Girls Are Waiting. Deze single biedt de luisteraar een terugblik op de glorietijd van de rock & roll uit 1959, verpakt in een toentertijd modern jasje. In 1969 voegt Bea Willemstein (de toenmalige echtgenote van René) zich als zangeres bij de band en twee jaar later voegt Frank Bianchi’s vriendin Corry de Jager zich ook als zangeres bij de groep. Vervolgens komt René’s broer Frank Nodelijk de groep tijdelijk versterken als zanger/toetsenist. Onder de naam Dutch Garden brengen de leden van Toby Collar in 1970 op Negram de single Dirty Poor Old Man/It’s Better uit. Onder hun eigen naam verschijnt ook nog Woke Up Too slow/Mary’s Back Again. Toby Collar profileert zich in de jaren zeventig vooral als top 40-band, waarbij zij op menig personeelsavond en bruiloft te bewonderen zijn geweest. In 1975 verschijnt de single Italy/I feel good, maar ook deze single krijgt niet echt een kans van de toenmalige dj’s. Na een aantal wisselingen voegt in november 1976 Anja Exterkate zich bij Toby Collar, die dan naast René bestaat uit drummer John Meijer, toetsenist Peter Bernet en bassist Ton van der Meer. Een jaar later besluit René, na een inspirerend gesprek met Bert Schouten (producer van het eerste uur van René), de rock and roll nieuw leven in te blazen en de naam van de groep wordt omgedoopt tot Renée and the Alligators. Weer een jaar later wordt op advies van platenmaatschappij CNR de naam simpelweg ingekort tot Renée. Sinds 1985 treedt de band op initiatief van drummer Cor van der Beek (Shocking Blue) en Fred Severin (Daddy’s Act) weer op als Renée and the Alligators.

1984

In dit jaar verschijnt de nieuwe single ‘Take some pills’: in tegenstelling tot alle vorige Renée-singles en albums niet uitgebracht door CNR maar door de platenmaatschappij Sky Telstar. Het nummer is ondanks veel mooie beloften een low budget productie geworden en heeft eigenlijk geen echte kans gekregen.

1985-heden

In 1985 wordt op het initiatief van Cor van der Beek (drummer Shocking Blue) en Fred Severing (bassist Daddy’s Act) Renée and the Alligators heropgericht. Zij wisten met hun enthousiasme Renée Nodelijk over te halen om weer een band te formeren. Tot op heden speelt de band met grote regelmaat door heel Nederland en verbazen zij jong en oud met hun spetterende optredens.

2005

In 2005 verschijnt na een lange stilte rond de band Renée de ijzersterke single ‘Copper coloured skies’. In wezen zijn de band Renée en de groep Renée and the Alligators natuurlijk hetzelfde: het verschil zit in het repertoire. Renée brengt popmuziek en Renée and the Alligators brengen voor het grootste deel rockmuziek ten gehore.

Bandleden

Renée (Anja Nodelijk)

Anja Exterkate zong als peuter al alle nummers mee die op de radio voorbijkwamen. Tegen de tijd dat ze twaalf was, was ze er van overtuigd dat ze een stem had die niet om aan te horen was. Dit dankzij de verwensingen van haar familieleden die haar nek wel konden omdraaien, omdat zij nooit ongestoord naar hun favoriete nummers konden luisteren. Er hoefde maar een muzieknoot te horen te zijn en zij begon mee te zingen. Superirritant natuurlijk, maar dat besef kwam pas toen ze wat ouder werd.

Eind 1976 besluit ze om zich voor de leeuwen te werpen en sluit ze zich aan bij de band Toby Collar. Ze volgt op dat moment een studie Engels en Nederlands, woont op kamers en moet van een beurs rondkomen, wat toen ook al geen vetpot was. Het zingen leek haar, weliswaar met de zenuwen in haar lijf, een leuke manier om geld bij te verdienen. Het zou allemaal heel anders lopen dan ze had gedacht. Een jaar later staat ze al in de studio om haar eerste LP ‘Renée’ op te nemen en wordt haar artiestennaam Renée.

De release van de single ‘Sweet Nothin’s’ in 1978 zet haar wereld op z’n kop. Bingo! De deuren van het glitter-en-glamourwereldje gingen voor haar open. Met het vliegtuig voor tv-optredens naar Duitsland en dan volledig in de watten worden gelegd in de meest luxe hotels; rondgereden worden in vette auto’s met chauffeur; met een privé-vliegtuigje naar München; met een DDR-toestel naar Oost-Berlijn; dineren in de beste restaurants; ontmoetingen met de in die tijd grote sterren als Tina Turner, 10CC, Bonnie Tyler, Gloria Gaynor en natuurlijk niet te vergeten onze crème de la crème van eigen bodem als de Earring, Kayak, Frank Boeijen, Het Goede Doel en ga zo maar door. Eind 1980 werd ze uitgeroepen tot de meest belovende zangeres door de lezers van de Hitkrant. Je zou denken dat zij hierdoor het nodige zelfvertrouwen zou krijgen, maar niets is minder waar. Ze onderging een ware cultuurshock en dacht dat ze gigantisch in de maling werd genomen, toen voor de eerste keer om haar handtekening werd gevraagd door een fan. Ze durfde niet op of om te kijken in de supermarkt of welke openbare gelegenheid dan ook. Eng, eng en nog eens eng, al die aandacht.

Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen, want zoveel jaar later staat ze met veel plezier en enthousiasme op het podium en kijkt ze in volle verbazing terug wat haar eind jaren 70 begin jaren 80 allemaal is overkomen.

René Nodelijk

Als 12-jarige jongen kreeg René Nodelijk van zijn moeder zijn eerste gitaar en op zijn 13e had hij zijn eerste solo-optreden in de Haagsche Dierentuin. Na twee jaar gitaarlessen te hebben gevolgd, kon met zekerheid worden vastgesteld dat hij een hoop in zijn mars had. Hij werd zonder enig probleem toegelaten tot het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, waar hij als tweede instrument de viool koos. Na Bill Haley and his Comets met ‘Rock Around The Clock’ op de radio gehoord te hebben, was hij meteen verkocht en de vertolking van ‘Tutti Frutti’ eerst door Little Richard en daarna door Elvis Presley maakte van hem een gepassioneerd rock-‘n-roller.

Op zijn 15e richtte hij zijn eerste bandje op met als naam The Beach Boys, omdat ze elkaar altijd op het strand ontmoetten. Een jaar later veranderde hij de naam in The Rockin’ Sensation Boys en begeleid door deze band werd hij derde bij de nationale Elvisverkiezing. Opnames hiervan werden uitgezonden in het Polygoon journaal en René bleef apetrots de hele dag in de bioscoop zitten om de opnames keer op keer te kunnen bewonderen.

In zijn vrije tijd was hij begonnen met gitaarlessen te geven en later zou blijken dat heel wat bekend geworden muzikanten bij hem op les zijn geweest, waaronder leden van de Golden Earring, de Sandy Coast, de Jumping Jewels en de Motions.

Na onenigheid met de meerderheid van de Rocking Sensation Boys, koos een teleurgestelde René eieren voor zijn geld. Hij besloot een nieuwe band te formeren onder de naam René and his Alligators. De Ventures en Indobands als de Roomrockers en de Bell Boys inspireerden hem, met als resultaat dat hij een heel eigen stijl ontwikkelde waarin de invloeden van zowel de rock-n-roll uit de States als de Indorock te herkennen waren. Het verhaal dat René onder de ruisende palmen geboren zou zijn, is waarschijnlijk daardoor de ronde gaan doen.

Het was in die tijd nogal bijzonder dat een gitarist van het conservatorium zich begaf op het pad van de ‘verderfelijke’ rock-‘n-roll. Zijn imponerende kuif, waar menig leeftijdgenoot jaloers op was, werd zijn handelskenmerk. Aandacht van de media was er te over voor deze opvallende, klassiek geschoolde gitarist, die daarnaast ook nog viool speelde. De contracten voor plaatopnames kwamen binnen en het duurde niet lang of de band scoorde de ene na de andere hit met als klap op de vuurpijl ‘Guitar Boogie’ en ‘In The Mood’. Binnen de kortste keren hadden ze meer optredens dan ze aankonden. Ook landen als Duitsland en België raakten geïnteresseerd.

Hij vertrok naar Duitsland, maar na daar een half jaar getoerd te hebben was René het nachtclubleven zat en keerde hij terug naar Nederland.Vijf jaar later besloot hij het over een andere boeg te gooien. Hij richtte zich meer en meer op popmuziek en om het stempel van rock-‘n-rollband kwijt te raken, veranderde hij de naam van de band in Toby Collar. De band werd een paar jaar later aangevuld met twee zangeressen. Optredens te over en er werden drie singles uitgebracht, maar een echte doorbraak bleef helaas uit.

Het grote succes kwam na de toetreding van Anja Exterkate als zangeres. Het klikte onmiddellijk tussen haar en René en niet alleen op het muzikale vlak. Twee jaar later trouwden ze. Op verzoek van de toenmalige platenmaatschappij werd Anja’s artiestennaam Renée. Nu, vele jaren later, staan ze nog steeds met veel enthousiasme op de bühne als Renée and the Alligators.

Fred Severin

Freddy ‘Big Boom Bass’ Severin ontdekte op veertienjarige leeftijd de akoestische gitaar. Dit was begin jaren zestig in de tijd van de rock-’n-roll, suikerspin en coca cola. Hij besloot gitaarles te nemen en kwam terecht bij Luut Buijsman, gitarist van de fameuze Kilama Hawaïns. Na twee jaar gitaarles te hebben gevolgd, begon hij zich te interesseren voor de basgitaar en maakte hij zich de rock-’n-rollstijl eigen door veel te luisteren naar The Ventures en The Shadows.

In 1962 richtte hij samen met nog enkele schoolvrienden zijn eerste band The Rocking Thunders op. Met hun wekelijkse optredens door heel Nederland, maar vooral ook in het Rotterdamse, wisten ze menig jong meisjeshart sneller doen kloppen. Na veel muzikale inspanning wonnen zij in 1964 de landelijk georganiseerde Radio Veronica talentenjacht.

In 1968 speelde hij in de toenmalige bekende Nederlandse rock-‘n-roll formatie Roek Williams and the Fighting Cats met als collega’s Will Luikinga op sax en Pierre van de Linden (Focus) op drums. Daddy’s Act, die met de hit Eight Days a Week hoog in de hitparade stond, zocht in 1969 voor een klein half jaar een vervanger voor Lanny Bouman en vond in Fred de perfecte plaatsvervanger.

Vanaf 1970 hing hij voor ongeveer zes jaar zijn basgitaar aan de wilgen, maar zijn vingers jeukten om de bassnaren weer aan te raken. Hij stortte zich vervolgens vijf jaar lang op soulmuziek. Deze swingende muziek bracht hem ertoe zich te verdiepen in de jazzstandards, de baarmoeder van de rock ’n roll en de soul.

In 1985 werd hij gebeld door Cor van der Beek, drummer van Shocking Blue (Venus), om samen met Robbie van Leeuwen en Mariska Veres de formatie nieuw leven in te blazen. Repetities volgden maar vanwege organisatorische problemen kwam Shocking Blue helaas dit keer niet van de grond.

In 1986 voegde hij zich bij de groep Renee and the Alligators. Met deze groep stond hij meermaals in het voorprogramma van ‘The Fortunes’, ‘The Marmelade’, ‘Swinging Blue Jeans’, ‘The Rubettes’, ‘Dave Berry’, ‘Dave Dee, Dozy, Bicky, Mick and Tich’, ‘The Sweet’ en verving hij de bassist van ‘The Love Affair’ (Everlasting Love) voor een concert in Brabant.

In 2000 besloot hij het Alligatornest te verlaten en zijn ‘big boom bass’-kunsten te vertonen in de band Magic Dave and the Wheelers. Na vier jaar won zijn heimwee naar Renée and the Alligators het van zijn liefde voor de Wheelers en keerde hij terug op zijn oude vertrouwde honk.

Pasfoto Arie Nijkerk zwArie Nijkerk

Arie ‘Gitarie’ Nijkerk startte als twaalfjarig jochie met gitaarlessen op de Rotterdamse muziekschool. Na twee jaar klassiek te hebben gestudeerd, lonkte de elektrische gitaar. Het was 1962, de tijd waarin de Shadows, Spotniks en de Ventures uit elke radio schalden en de meisjes met petticoats in amazonezit achter op de brommer zaten. De rock-’n-roll vierde hoogtij en Arie moest en zou elektrisch spelen.

Op de middelbare school begon hij samen met Frans Otterloo de nummers van hun gitaarhelden na te spelen. Na hun eerste optreden in 1964, met een bassist en drummer die alleen een snaartrommel had, werden Arie en Frans door The Ampeg Explosions gevraagd om bij hen te komen spelen. Na één dag repeteren traden ze bij de plaatselijke speeltuinvereniging in Rotterdam. Dit optreden sloeg zo goed aan dat ze daar twee jaar lang elke zondagmiddag optraden.

In 1966 vonden de jongens dat het tijd was voor een nieuwe bandnaam: The Outcast 66. Arie trok met deze band door het hele land. Na het winnen van een talentenjacht stroomde er nog meer werk binnen en begonnen de nachtcluboptredens in Rotterdam en Den Haag. Toen bleek dat het vele werk moeilijk te combineren was met school, werd de band opgeheven.

In 1984 werd er een reünie georganiseerd en speelden ze twee avonden voor een uitzinnig publiek. Na dit succes was stoppen geen optie. De band besloot door te gaan en kwam in het partycircuit terecht. Wederom werd de naam veranderd, dit maal in ‘North 84’. Arie heeft jaren met deze band opgetreden op partijen en grote bedrijfsfeesten. Nadat de toenmalige drummer tijdens een optreden een herseninfarct kreeg, is de band gestopt met spelen.

Twee jaar later hebben zij de draad toch weer opgepakt met een drummer die uit een Shadow-coverband kwam. Ze besloten instrumentale nummers te spelen en de band kreeg daarom de Shadow-gerelateerde naam ‘Kontiki’.

Vanaf begin 2014 speelt Arie als slaggitarist bij ‘Renée and the Alligators’.

Dick pasfoto 2015Dick Florijn

Dick is in hart en ziel muzikant. Op 10-jarige leeftijd werd hij jeugdkampioen van Zuid Holland, niet op drums maar op accordeon! Hij besloot al snel dat dit niet het instrument was dat hij wilde spelen. Trommels leken hem een leuker instrument en hij ging daarom bij de Burcht en K&G en werd tamboer. Op zijn 14e richtte hij The Fellows op en daar speelde de muzikale duizendpoot gitaar. Een jaar later werd hij gevraagd als drummer bij the Runaways. Met deze band speelde hij een aantal jaren met veel plezier, totdat hij als zanger en gitarist gevraagd werd bij The Defiants waar onder meer Max Sprangenberg van de Tee Set deel van uitmaakte. Helaas moest Dick door drukke werkzaamheden zijn drumstokken aan de wilgen hangen.

In 1981 startte Dick zijn muziekwinkel Just Music in Leiden en het bloed kroop waar het niet gaan kan: want vanaf dat moment is hij weer gaan drummen. Door de jaren heen maakte hij onderdeel uit van The Runaways, Danny and the Favourites, The Valiants, Eastern Aces en Time Breakers met Alfons Favery van de Tielman Brothers.

In 2014 werd hij drummer bij Renée and the Alligators en dat hoopt hij nog lang te blijven.